![]() |
Gunnar Daan
S5 Book N Stadsmarkering S5 staat voor het vijfde teken (de eerste N) in de naam CRUONINGA. Hij staat aan het Van Starkenborghkanaal, waar de N361 van Groningen naar Adorp (de Winsumerweg) van het kanaal afbuigt. Het kunstwerk is ontworpen door de Nederlandse architect Gunnar Daan. Gunnar Daan is een veelzijdig architect met uitgesproken opvattingen. 'Architectuur, dat is niet alleen het bouwen van ministeries, van grote kerken of kloosters, dat kan bij wijze van spreken al het gebouwtje zijn dat de dorpsaannemer uit een paar kromme spijkers en een paar planken optrekt. Dat wil niet zeggen dat ik de klassieke architectuur schuw; ook ik maak assen als Palladio en ga bij diens conceptuele en cerebrale architectuur te rade. Maar voor alles telt het doel, en bij een woning is dat: wonen.' (in het artikel van Jaap Huisman: Architectuur begint bij het tuinhek; de terloopse bouwkunst van Gunnar Daan. De Volkskrant 27 jan. 1995) 'Eerder […] heb ik werk van zijn hand eens gepresenteerd onder de kop ‘hedendaags eclecticisme’. […];Er is in het ene gebouw meer dan een zweem te bespeuren van autochtone of quasi-autochtone plattelandskarakteristieken, in het andere gebouw duikt de Amsterdamse School op in een nieuwe gedaante, in een volgend of juist in hetzelfde werkstuk zien we duidelijk high-tech-trekken […]'(in Bernard Colenbrander: Gunnar Daan, 1995).
De stadsmarkering van Daan uit 1990 bestaat uit een 17 meter hoog geraamte van stalen balken waaraan een metalen frame hangt. Het frame bestaat uit twee delen, elk 12,5 x 12, 5 meter, die in een hoek van 120 graden zijn geplaatst, als twee pagina’s van een opengeklapt boek. Het frame is bespannen met nylon visnetten, waarin honderden aluminium plaatjes zijn bevestigd. Sommige plaatjes zijn massief en wit geschilderd. Andere zijn geperforeerd en donkerder van kleur. Van een afstand bezien en afhankelijk van de lichtval laten de twee pagina’s elk een verschillend beeld zien.
Op de linkerpagina zijn vier hoge blokken te zien die model staan voor kantoorgebouwen, wolkenkrabbers, het moderne stadsbeeld.
Beide afbeeldingen symboliseren volgens Daan twee belangrijke aspecten van het stadsleven: ‘de politiek’ en ‘de kroeg’. Het zijn - twee van de zes -aspecten die in het masterplan van Libeskind aan deze markering zijn toegewezen. Daarnaast is dit stadsteken ook verbonden met de letter N. De diagonale lijn in beide panelen komt overeen met de schuine streep in de N. Van dichtbij bekeken kun je – net als bij de markering van Forsythe – nog een ander verband leggen, nl. met de scheepvaart. De manier waarop de witte aluminium tegels in de netten zijn bevestigd: zo’n tegeltje heeft wel wat van een miniatuurzeil. Bij flinke wind gaat er een rimpeling door het paneel. En voorlangs, in het kanaal, passeren in het hoogseizoen dagelijks tientallen binnenschepen, plezierjachten en zeilboten. Meer lezen: Bernhard Colenbrander: Gunnar Daan. Arthur Blonk. Rotterdam, Uitgeverij 010, 1995. ISBN 906450217x Selwerd De markering van Gunnar Daan staat op een opmerkelijke locatie. Het is een kruispunt van verschillende wegen: een drukke verkeersweg, twee oude landwegen, een kanaal, een spoorlijn, een fiets- en wandelpad. Minder zichtbaar is dat deze plek, Selwerd geheten, in vroeger tijden een belangrijk en vaak omstreden grensgebied is geweest. Het is een plaats met een indrukwekkende historie. Wie zich daar een beetje in verdiept raakt er niet gauw op uitgekeken. De naam Selwerd is sinds de middeleeuwen verbonden aan een stuk land aan de noordkant van de stad Groningen. Het moet al vroeg bewoond geweest zijn. De naam Selwerd kan worden afgeleid van de woorden 'sele = gebouw met één vertrek, en Oudfries wrt = bewoonde hoogte' (Van den Broek, p. 358). Dit gebied behoorde eens tot het bisdom Utrecht. In 1040 schenkt de Duitse koning Hendrik III een landgoed in de toen nog Drentse nederzetting Groningen (villa Cruoninga) aan het bisdom van Utrecht. Deze giftbrief wordt beschouwd als het oudste officiële document waarin de naam Groningen voorkomt. “Misschien hoorde het landje Selwerd bij de schenking van 1040, maar het is ook mogelijk dat het onderdeel uitmaakte van het oudere bezit van de kerk.” (Van den Broek, p. 216). Bekend is wel dat het bisdom een gedeelte ervan in bruikleen gaf aan een leenman, een zekere Luthgerus. Deze Luthgerus verkoopt “het land Selwerd” in 1170 met toestemming van de bisschop aan Henricus, abt van de benedictijnerabdij in Ruinen. Ergens begin 13e eeuw wordt het klooster van Selwerd gesticht. (zie 4.) Over de precieze grenzen van het gebied is weinig bekend, er zijn verschillende opvattingen over. Door de eeuwen heen hebben die grenzen bovendien talloze veranderingen ondergaan. Grofweg ging het om een strategisch gelegen stuk land tussen twee rivieren: het Reitdiep in het westen (de in 1385 gegraven benedenloop van De Drentse A tot Dorkwerd) en in het oosten de Hunze (tegenwoordig hier het Selwerderdiepje geheten). De noordelijkste punt lag bij Wierum, in het zuiden was de grens bij de voormalige Penningsdijk. Op deze plaats vind je er nog verschillende sporen van die middeleeuwse tijd. Daaromheen zijn er ook enkele andere bezienswaardigheden. Ik geef een overzicht aan de hand van onderstaande situatieschets.
A: spoorlijn Groningen – Sauwerd (richtingen Roodeschool en Delfzijl) B: Winsumerweg (N361) van Groningen naar Adorp, Sauwerd en Winsum. C: Oude Adorperweg (oude weg naar Winsum) D: Iepenlaan (gedeelte van de oude weg naar Winsum) E: Paddepoelsterweg. Een zeer oude, middeleeuwse weg, die lange tijd de verbinding vormde tussen Groningen, Selwerd en de omliggende wierdendorpen. De weg ligt in het verlengde van de doorgaande weg over de Hondsrug (het tracé Rijksstraatweg, Hereweg en Herestraat, Oude Boteringestraat en Moesstraat) F: Spoorbrug over het Van Starkenborghkanaal, ontworpen door ingenieursbureau Arcadis, Arnhem. Deze Walfridusbrug werd in 2003 in gebruik genomen. Hij is genoemd naar een vrome Groninger uit de 11e eeuw, Walfridus. Deze verkondigde niet alleen de christelijke boodschap, maar was ook de pionier in de ontginning van het Woudgebied. Hij is de beschermheilige van de kerk in Bedum. G: Paddepoelsterbrug. De naam 'Paddepoel' betekent waarschijnlijk zoiets als 'een hoger gelegen grond' (pol) van 'Pada' (een persoon) en heeft dus niets te maken met een kikkervijver. Het gebied Paddepoel behoorde oorspronkelijk tot het land van Selwerd. H: Fiets-en wandelpad (Sprikkenburg). De naam verwijst naar de naam van een boerderij in Hoogkerk die zou zijn gebouwd met 'sprikjes' (= slecht hout, sprokkelhout). 1.: Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat op deze plek eens een borg, een versterkt stenen huis stond. Het staat te boek als het Huis of Kasteel Selwerd. Helaas is er weinig met zekerheid bekend wanneer en door wie het is gebouwd. Duidelijk is wel dat de latere 'heren van Selwerd' een niet geringe rol hebben gespeeld in de machtsverhoudingen van hun tijd. Zeker nadat in 1283 werd besloten om de heerlijkheid Selwerd op te nemen in het Gorecht, het rechtsgebied van Groningen (Feith, p. 7-8). Wanneer het riddergeslacht Selwerd in 1360 uitsterft, is het ook gedaan met het kasteel. Het wordt door de Groningers met de grond gelijk gemaakt om te voorkomen dat het ooit nog als vijandelijke uitvalspost wordt gebruikt. In het weiland zijn enkele opvallende bulten te zien, waaronder zich de overblijfselen van de vesting bevinden. De plek wordt aangeduid als “De Huppels”. Het terrein is sinds 1975 een beschermd archeologisch ondergronds rijksmonument (nummer 45594).
Paarse stippen: Vier handen. De wijkraden Paddepoel en Selwerd namen in 1999 het initiatief voor het poëzieproject Kasteel Selwerd. Naar een idee van stadsarcheoloog Gert Kortekaas werden vier handen van cortenstaal gemaakt. Daarin zijn gedichten gestanst van drie plaatselijke dichters: Albertina Soepboer, Jan van den Berg, Lammert Tesinga. De handen zijn geplaatst bij het Galgenveldje, Laan naar ’t Klooster, kasteelterrein de Huppels en bij het Van Starkenborghkanaal tegenover boerderij Grootklooster. Deze handen waren eveneens onderdeel van het Markeringsproject Kasteel Selwerd. 3. De Laan naar ’t Klooster. Een oude kleiweg die vanaf de Paddepoelsterweg naar het klooster leidde (zie 4.). Aan het eind ervan staat de bij 2. genoemde uitkijktoren 4. Vrijwel op dezelfde plaats als het Kasteel van Selwerd heeft vanaf begin 13e eeuw ook een klooster gestaan. Het was een Benedictijner dubbelklooster, gewijd aan de heilige Catharina van Alexandrië. Het wordt vermeld als Catharinaklooster, klooster Maria Virgo, Klooster Selwerd (of verlatijnsd Siloë). Aan het eind van de 15e eeuw kwam het klooster in problemen. Bezetting door vijandelijke legers, brand, vernieling. In 1581 werd het klooster ontruimd, enkele jaren later (1585) werd het afgebroken. (Ufkes e.a., p.15-16) De aanleg van het Van Starkenborghkanaal in 1934 sneed het kloosterterrein dwars doormidden. In hetzelfde jaar werd aan de noordkant van het kanaal een boerderij gebouwd op het voormalige kloosterterrein. De naam (“Grootklooster”) verwijst naar het oude Catharinaklooster. De bewoners hebben een fraaie rotstuin aangelegd. Deze is op afspraak te bezichtigen. 5. Langs de Paddepoelsterweg is nog een klein stukje te zien van voormalige Penningsdijk. Deze is in de 15e eeuw aangelegd als een belangrijke waterkering. De oude dijk maakte hier een vorkvormige vertakking. Die kun je in het weiland nog zien als twee lage walletjes. Het driehoekige veldje er tussenin komt o.a. voor op een kaart uit 1732 met daarbij de vermelding 'justitieplaats' (Van den Broek, 2007, p. 279). Het staat ook vandaag nog bekend als het 'Galgeveldje'. Al zijn er gelukkig geen galgen meer te bekennen. 6. Waar de Paddepoelsterweg naar links afbuigt, richting Wierum, was vroeger een samenvloeiing van het Rietdiep en de Hunze. Op dit punt - vlakbij de voormalige borg Harssens - grensden drie middeleeuwse rechtsgebieden aan elkaar: de rechtstoelen van Aduard, Adorp en Selwerd. Het was een soort drielandenpunt. (Van den Broek, 2007, p. 212). Eind 13e eeuw werd de jurisdictie van Selwerd opgenomen in het Gorecht, het rechtsgebied van Groningen. 7. De benedenloop van de oude Hunze heet tegenwoordig het Selwerderdiepje. Het slingert ten noorden van het Van Starkenborghkanaal tot aan Wierum, waar het in het Reitdiep uitmondt. Ten zuiden van het kanaal rest er niet meer dan een sloot langs de begraafplaats Selwerderhof. (Selwerderhof is de grootste begraafplaats van Groningen. De aanleg ervan duurde van 1940 tot 1949. Het terrein lag toen nog buiten de stad, op lage vochtige grond. (De Hondsrug eindigt 700 m. zuidelijker, bij de Noorderbegraafplaats). Voor de ophoging werd zand aangevoerd uit het Foxholstermeer. Het parkontwerp is van L.W. Copijn en J. Vroom. Bijzonder is de aanwezigheid van een klein theehuis, dat wordt beheerd door vrijwilligers). Rode stip: De stadsmarkering van Gunnar Daan staat met zijn fundering in de eerder genoemde sloot (bij 7). Als je weet dat die sloot een herinnering is aan de eens zo belangrijke Hunze, kijk je er misschien met andere ogen naar. Daans markering is een van de drie stadstekens met een herkenbare boekvorm. De andere twee zijn die van Akira Asada (S2) en van Daniel Libeskind (S3). Persoonlijk vind ik het werk van Gunnar Daan –zeker op deze plaats- de meest geslaagde vertolking van het Books of Groningen project. De dubbele verwijzing in zijn ‘boek’ is te lezen als een verwijzing naar de Groningse geschiedenis. Die geschiedenis heeft op vele manieren te maken gehad met grenzen en verbindingen. En dat waren kernthema’s van het project. Meer lezen:
|
Books of Groningen - overzicht
|
||||||||||||||||
| © 2009 | |||||||||||||||||